Bedrading en aansluitwijze
De aansluitwijze bepaalt hoe betrouwbaar de toestelcontactdoos stroom doorgeeft. Schroefklemmen vragen om zorgvuldig gestripte aders. Krimpcontacten vereisen een passende tang en contactmaat. Volg altijd de markering voor fase, nul en aarde. Een losse ader veroorzaakt storingen.
Gebruik alleen kabel met een aderdoorsnede die bij stroom en lengte past. Lange kabels geven meer spanningsval, terwijl een te dunne ader bij zware belasting warmer kan worden. De trekontlasting moet de buitenmantel vasthouden. Zo blijven de koperen aders uit de klemmen. Knip beschadigde aders terug tot gezond koper. Draai schroefklemmen vast volgens de aanwijzing van de fabrikant.
Heb je ook kabel, lasdozen of beschermbuis nodig, bekijk dan leidingen en dozen voor passende installatieonderdelen. Elektrische bedrading is geschikter wanneer de bestaande adermaat of kabelsoort onduidelijk is. Schakel de spanning altijd uit voor je werkt. Controleer daarna met geschikt meetgereedschap of de aansluiting spanningsloos is.