Frequentie en codering moeten exact bij je ontvanger passen. Kijk op de achterzijde naar de MHz-aanduiding, het serienummer en eventuele codegegevens. Veel systemen gebruiken 433,92 MHz of 868 MHz. Dat voorkomt miskopen.
Ook het aantal kanalen bepaalt welke deur of poort je bedient. Een tweede knop is niet altijd een tweede kanaal. Een eenkanaals handzender bedient meestal één gekoppelde functie. Met meerdere kanalen kun je bijvoorbeeld twee deuren afzonderlijk aansturen, mits de ontvanger per kanaal correct is ingesteld.
Let ook op dip-switches, want die kleine schakelaars vormen bij oudere systemen samen de code. Moderne zenders slaan een code op via de leerknop van de ontvanger, terwijl universele modellen slechts een beperkt deel van bekende protocollen leren en daardoor niet altijd bij oudere ontvangers passen. Vraag bij twijfel naar het protocol van de ontvanger. Documentatie van de motor noemt soms compatibele zenderreeksen. Controleer die stap vooraf.