Bereik werkt alleen goed bij voldoende waterdruk. Meet lengte en breedte van het nat te houden vlak. Vergelijk die maten met het opgegeven sproeibereik van de fabrikant. Reken niet alleen met de grootste afstand, omdat wind en lage druk de buitenste zone minder gelijkmatig maken.
Plaats de sproeier zo dat aangrenzende banen elkaar iets overlappen. Dan blijven droge stroken uit. Een lange slang, een smalle koppeling of gelijktijdig watergebruik in huis kan de straal merkbaar verkorten. Test daarom eerst tien minuten voordat je een vaste plek kiest.
Bij een langwerpig gazon verdeelt een zwenksproeier het water doorgaans gelijkmatiger dan een rond model, met minder natte paden, gevels en aangrenzende borders bij een volledig benut bereik meestal. Controleer ook of de straal niet op jonge planten slaat. Een lage stand beperkt verspilling.