Een veilig verband blijft droog en wordt dagelijks gecontroleerd. Was je handen voordat je een wond aanraakt en gebruik voor elke wissel schoon materiaal. Gebruik schoon materiaal. Dek een verse wond alleen af als vuil buitenhouden nodig is en laat vastzittend materiaal zitten.
Vervang een nat, vies of losgeraakt verband meteen. Natte lagen irriteren de huid en verliezen hun steun. Knip nooit dicht op de huid, want een schaarpunt kan bij een bewegend dier verwonden. Een verbandschaar helpt.
Laat een dierenarts kijken bij een diepe wond, een beet, hevig bloeden of toenemende pijn. Ook bij sufheid, koorts of kreupelheid is professionele beoordeling nodig. Houd wandelingen kort tijdens herstel, zodat het verband minder snel nat wordt en de wond niet onnodig belast.
Voor gecontroleerde uitlaatrondes kunnen hondenriemen helpen, omdat je plotseling rennen of struikelen beter beperkt. Bel dezelfde dag een dierenarts wanneer tenen koud worden, sterk opzwellen of verkleuren, omdat dit op een te strak aangelegd verband kan wijzen.