Voedselrookovens verschillen vooral in warmtebron en beschikbare ruimte. Een koudrookmodel geeft weinig warmte af. Daarmee rook je vooral kaas, vis en charcuterie zonder ze te garen. Warm roken bereidt het product tijdens het roken. Kies die methode eerst, want de gewenste temperatuur bepaalt ook je bereidingstijd.
Elektrische kasten houden de temperatuur doorgaans stabieler dan compacte brandstofmodellen, waardoor vis en gevogelte gelijkmatiger garen op een drukke middag. Houtskool levert een uitgesprokener vuurkarakter. Gas reageert sneller op een temperatuuraanpassing. Wie buiten wil koken en grotere stukken vlees bereidt, kiest vaak een model met meerdere roosters omdat de ruimte bruikbaar blijft bij gerechten met verschillende gaartijden. Voor snelle maaltijden is een buitengrill met directe hitte vaak logischer. Vergelijk daarom eerst de rookmethode zorgvuldig met jouw favoriete gerechten en geplande bereidingstijd.
Gebruik rookhout dat past bij het gerecht. Appel geeft een mild aroma. Zwaardere houtsoorten passen beter bij rundvlees, omdat hun rook niet wegvalt tegen de volle vleessmaak.