De juiste maat volgt uit je werkstuk en tekenwerk. Kies een beenlengte die de volledige controlelijn bereikt. Een korte haak werkt snel op latten en kleine onderdelen. Bij brede panelen schiet zo'n model tekort.
Meet de langste lijn die je meestal aftekent. Neem daarna wat extra lengte voor een stabiele aanleg. Een lang meetbeen helpt bij lange zaagsneden, omdat je de lijn in één keer langs een rechte referentie kunt trekken. Te veel lengte voelt echter onhandig op kleine werkbanken.
Let ook op de breedte van de aanslag. Een bredere aanslag rust rustiger tegen een rechte rand. Smalle randen vragen juist om een compact profiel. Probeer de haak altijd vlak tegen het werkstuk te houden.
De schaal moet leesbaar blijven tijdens het aftekenen. Gegraveerde markeringen slijten meestal minder snel dan opdruk. Controleer of de nulmarkering goed bij de aanslag begint. Een verschoven beginpunt veroorzaakt direct een meetfout.