Lengte en tandafstand bepalen hoe gecontroleerd je zaagt. Meet eerst zorgvuldig de materiaaldikte voordat je een geschikt zaagblad selecteert. Bij een decoupeerzaag moet de bruikbare zaaglengte groter zijn dan de materiaaldikte, omdat de voetplaat ruimte inneemt. Te weinig uitsteek geeft sneller een scheve snede onder belasting.
De tandafstand staat vaak als TPI op de verpakking vermeld. Een lage TPI voert spaanders vlot en koel af. Gebruik voor dun metaal meestal een fijne vertanding, omdat meerdere tanden tegelijk contact moeten houden met het materiaal. Dat werkt merkbaar beter. Voor dik en zacht hout werkt een grovere vertanding vaak sneller.
Bij cirkelzaagbladen moeten diameter en asgat exact overeenkomen met de machine. Ook de maximale draaisnelheid van het zaagblad moet passen. Een cirkelzaagblad met veel tanden geeft doorgaans een schonere dwarsdoorsnede in plaatmateriaal, terwijl een blad met minder tanden sneller afvoert bij massief hout en minder warmte opbouwt tijdens lange zaagsneden. Een passende maat voorkomt terugslag.