Een gerichte toepassing beperkt schade aan plant en omgeving. Spuit alleen bij rustig droog weer. Wind voert fijne druppels naar andere planten of oppervlakken in de buurt. Regen kort na de toepassing kan het middel verdunnen of wegspoelen.
Houd bloeiende planten buiten de behandeling. Bestuivers bezoeken bloemen overdag, terwijl sommige middelen schadelijk kunnen zijn bij direct contact. Behandel daarom vroeg in de ochtend of laat op de dag wanneer het etiket dat toestaat en er minder insecten vliegen. Dek vijvers, voederbakken en speelplekken af voordat je begint.
Gebruik voor gewasbescherming altijd een aparte schone drukspuit in de tuin. Resten van een oud middel kunnen anders op eetbare planten terechtkomen en daar ongewenste schade geven. Meet concentraat af met een maatbeker die je daarna niet meer voor voedsel gebruikt. Volg de herhalingsinterval op het etiket, omdat vaker spuiten resistentie kan bevorderen en meestal geen sneller herstel geeft.
Draag handschoenen en bedekkende kleding. Was na afloop je handen en reinig gereedschap grondig, zodat resten niet via deurklinken, huisdieren of je volgende klus op plekken komen waar je ze niet wilt. Een vaste werkvolgorde voorkomt fouten.