Veilig gebruik begint met toezicht en een controle vooraf. Controleer vóór elke sessie de band, sluiting en drijfelementen op schade. Een beschadigd element vervang je direct. Losse delen maken de ondersteuning in het water onvoorspelbaar.
Laat een kind nooit alleen oefenen, ook niet met voldoende drijfvermogen. Een zwemkurk geeft geen betrouwbare bescherming tegen verdrinking. Blijf daarom binnen armlengte bij iemand die nog niet veilig kan zwemmen. Dat toezicht blijft dus altijd nodig voor beginners.
Oefen bij voorkeur waar de bodem bereikbaar is, zodat je kunt stoppen wanneer de houding wegvalt of de band verdraait. Na afloop spoel je chloorwater af met schoon kraanwater. Laat het schuim drogen buiten direct zonlicht. Hitte en langdurig zonlicht kunnen schuim harder maken, waardoor het sneller scheurt en minder prettig draagt. Bij een hulpmiddel voor zwemles kan EN 13138-1 op het etiket staan. Bewaar de band plat of losjes opgerold na gebruik.