Per draagmoment verschuiven de eigenschappen waarop je de modellen vergelijkt. Bij bh's tellen cupvorm, schouderbanden, sluiting en ondersteuning. Bij ondergoed tellen taillehoogte, beenuitsnijding, stof en afwerking mee. Voor zwemkleding kijk je naar modelvorm, voering, schouderbanden en bedekking. Die verschillen bepalen hoe een model aansluit en wanneer het praktisch is. Pasvorm weegt zwaar mee.
Bij corrigerende kleding vergelijk je vooral de hoogte van het kledingstuk, eventuele corrigerende zones en de stevigheid van de stof. Voor actieve kleding let je op tailleband, bewegingsruimte, materiaal en vochttransport. Schoenen vragen weer aandacht voor sluiting, zoolprofiel, pasvorm en demping, omdat gebruik en ondergrond de keuze sturen.