Moersleutels en schroevendraaiers vragen om andere eigenschappen. Bij moersleutels kijk je naar bekvorm, maatvoering en draairichting. Bij schroevendraaiers gaat het om klingtype, maat en aandrijfvorm.
Voor boren en precisiewerk helpt het om handboormachines apart te bekijken. Je let dan op boorkop, toerentalregeling en vermogen voor jouw materiaal. Gebruik je het voor kleine gaten of juist langer werk, dan sturen deze keuzes je eindresultaat.
Wil je grijpen of vormgeven, dan tellen grijptangen en vijlen mee. Grijptangen beoordeel je op bekafstelling, gripprofiel en bereik. Bij vijlen zijn korrel, snijvorm en lengte bepalend voor de afwerking. Je kunt daarnaast kijken hoe handzagen en zagen zich tot elkaar verhouden bij het zaagtype dat je gebruikt.