Bij handboormachines vergelijk je vooral het vermogen, het toerentalbereik en de manier van vastzetten van bits. Je kijkt ook naar het type werkvlak waar het model voor bedoeld is en hoe je schakelt tussen standen. Dat bepaalt of je strak boort of vooral snel door materiaal gaat.
Bij zagen draait het om zaaglengte, tandopbouw en de manier waarop je het blad bevestigt. Sommige uitvoeringen zijn meer gericht op hout, andere op specifieke zaagklussen. Je merkt dat terug in je controle tijdens het trekken of duwen.