Grijptangen en werkstukklemmen pakken allebei grip, maar op een ander moment in je traject. Met een grijptang kijk je vooral naar bekvorm, maximale opening en de manier waarop de tanden hun grip behouden. Ook het handgevoel telt, omdat je er vaak met kracht mee werkt.
Werkstukklemmen gebruik je juist om onderdelen stabiel te houden tijdens boren, zagen of bewerken. Let dan op de spanbereik, het voettype en of je de klem snel kunt positioneren. Dat voorkomt verschuiven, ook als je gereedschap met zijwaartse kracht werkt.
Door grip en fixatie te combineren krijg je een logischere volgorde. Eerst stabiliseer je, dan bewerk je. Daarna controleer je pas je afwerking.