Wat je in de praktijk merkt, hangt sterk af van het apparaattype. Een telefoon kies je anders dan een laptop, omdat je let op zaken als toestelgrootte, batterijduur en type opslag. Voor mobiele telefoons bekijk je bovendien het camerasysteem en de manier waarop je het toestel dagelijks draagt en gebruikt.
Bij beeldschermen en desktopapparaten stuurt je werkplek mee. Je vergelijkt dan resolutie, beeldverversing en aansluitopties, maar ook of het scherm aansluit bij je houding en je apps. Bij computerbeeldschermen spelen daarnaast contrast, helderheid en kijkhoek mee.
Voor audio werkt het anders. Bij een hoofdtelefoon of headset check je oorkussens, gewicht en bediening op het oor, en bij een headset ook de inzet van de microfoon. Die afweging maak je pas echt wanneer je echt ziet hoe je het gebruikt, bellen, gamen of muziek luisteren.