Binnen dezelfde categorie zitten verschillen in aanpak die je in de praktijk merkt. Bij puzzels zie je bijvoorbeeld variatie in stukvorm, mate van detail en hoe snel een deelstuk herkenbaar wordt.
Bij bordspellen en kaartspellen draait de vergelijking om de spelmechaniek. Je kijkt naar wat je per beurt doet, welke acties centraal staan en hoe de overwinning wordt bepaald. Verder verschilt het tempo door kaarten, dobbelstenen of rondes, en dat voel je bij de duur van een pot.
Met poppen en speelsets vergelijk je juist de speelervaring. Let op wat een set in één keer kan oproepen, zoals accessoires of specifieke speelposities, en hoe veelzijdig de figuren zijn tijdens het naspelen. Handwerk- en hobbysets vragen weer andere eigenschappen, zoals het soort handeling, materiaaltype en de volgorde van stappen.