De categorie bepaalt welke kenmerken je eerst vergelijkt. Bij scheerapparaten en scheermessen let je bijvoorbeeld op scheerwijze, het type mes of hoofd en hoe de onderdelen samenwerken. Bij make-up gaat het vaker om penseelvorm, dichtheid van haren en de manier waarop je product blendt.
Je merkt ook verschil per gebruiksdoel binnen dezelfde categorie. Bij make-upsponsjes vergelijk je vorm, structuur van het oppervlak en hoe het sponsje product opvangt. Bij make-upkwasten kijk je naar greep, lengte en de afwerking van de haren, zodat je controle houdt tijdens het aanbrengen.
Daarom helpt het om bij KAI niet één kenmerk centraal te zetten. Kies eerst het type tool voor jouw handeling, zoals aanbrengen, mengen, knippen of bijwerken. Daarna vergelijk je pas details zoals snijvorm, werkbreedte, grip en afwerking.