De verdeling zegt dat je niet één algemene keuze maakt, maar per discipline verfijnt. Bij hockey en actieve bezigheden draait het vaak om hoe kleding meebeweegt, met aandacht voor stofsamenstelling en kraag en mouwafwerking.
Vergelijk bij Kleding voor actieve bezigheden ook op temperatuurgebruik. Let op de sluiting, de onderkraag en de mate waarin het kledingstuk ventileert, zodat het niet knelt bij draaien en versnellen. Bij Hockey en lacrosse schuift je aandacht naar details die bij intensief spel passen, zoals manchetten, ritssluiting of boordafwerking en de manier waarop naden over schouders vallen.
Voor ijshockey werkt die aanpak door in het tenue. Je bekijkt dan de samenstelling van de set en hoe de snit aansluit op schouder en heup, zodat je bescherming niet in de weg zit. Bovendien check je hoe het shirt en de broek hun vorm houden bij veel dragen en wassen.