Kies je basislaag goed, want bovenkleding en shirts verschillen in snit en draaggevoel. Let bij overhemden of shirts op de kraagvorm en de sluiting, en check of de stof prettig valt in warmte en wind. Die details bepalen hoe het kledingstuk aansluit onder een jas of vest.
Voor je onderlaag telt vooral het gebruik per dag. Lange en korte broeken kun je vergelijken op taille-afwerking, bewegingsruimte en pijpvorm. Heb je vooral regen of natte omstandigheden, bekijk dan de afwerking rond water en de praktische details voor onderweg, zodat je niet telkens iets hoeft aan te passen.
Bij buitenkleding en jassen zie je weer andere keuzes terug. Let op de manier van winddichtheid, de sluiting en de capuchon, en vergelijk ook het laagopbouw-effect met je binnenlagen. Dat helpt je om één set te maken die klopt van vertrek tot eindpunt.