Omdat de balsoorten in één categorie samenkomen, draait het kiezen om gebruikssituaties. Denk aan werpen en vangen, mikken op een doel of juist balcontrole met kleine bewegingen. De juiste uitvoering voorkomt dat je constant moet corrigeren.
Let daarom op twee praktische punten. Hoe snel de bal zijn vorm en grip houdt. En hoe voorspelbaar hij beweegt als je hem laat rollen of stuiteren. Met die twee eigenschappen stem je de bal af op je oefenroutine.
Trainen jullie vooral op balans of coördinatie, dan kan een zachte, lichte beleving helpen. Heb je juist kracht en techniek als focus, dan helpt een meer gevormde bal voor herhaalbare bewegingen. Je merkt het verschil in consistentie tijdens je set.