Een passende frequentieregelaar stemt motor en belasting op elkaar af. Controleer eerst zorgvuldig het typeplaatje van de aanwezige motor. Daarop staan nominale spanning, stroom, frequentie en toerental. De regelaar moet de juiste voedingsspanning verwerken en ten minste de nominale motorstroom leveren, zodat hij onder belasting niet afschakelt.
Bij een pomp past vaak een kwadratisch koppelprofiel, terwijl een transportband vanaf stilstand al veel koppel kan vragen. Dat verschil bepaalt mede de benodigde overbelastbaarheid. Kies daarom niet alleen op motorvermogen, want twee motoren met hetzelfde vermogen kunnen een andere stroomopname hebben. Een onderschatte stroommarge geeft storingen.
Voor eenvoudige ventilatoren volstaat meestal V/f-regeling met een vaste spannings-frequentieverhouding. Vectorregeling bewaakt de magnetisering nauwkeuriger en houdt daardoor bij lage snelheid beter koppel, vooral wanneer de belasting wisselt. Die optie kost meer instellingen. Vergelijk ook de gewenste regelrange, omdat langdurig draaien op lage frequentie de motorkoeling beperkt en soms een externe ventilator vereist.