Slangen en afdichtingen moeten exact op je aansluiting passen. Een verkeerde diameter veroorzaakt snel lekkage. Meet de binnen- en buitendiameter van slang en koppeling. Controleer ook of je aansluiting schroefdraad, een klem of een klikverbinding gebruikt.
Een afvoerslang moet zonder knik naar de sifon lopen. Leg de slang niet te laag, omdat vuil water dan kan terugstromen naar de kuip. Rubberen afdichtingen verliezen na jaren hun veerkracht. Vervang een ring zodra je scheurtjes, vervorming of blijvende lekkage ziet.
Bij een watertoevoer met veiligheidsvoorziening moet de vervangslang dezelfde functie ondersteunen, anders kan de machine een storing melden doordat de watertoevoer tijdens een programma niet voldoende betrouwbaar wordt bewaakt. Raadpleeg de handleiding voor toegestane slanglengte en aansluitwijze. Draai koppelingen handvast aan.