Een goede montage voorkomt losse aders en warmteontwikkeling. Werk uitsluitend aan een kabel die volledig spanningsloos is. Strip de mantel slechts zover als de fabrikant van het onderdeel aangeeft. De afzonderlijke aders mogen tijdens het strippen niet worden ingekerfd.
Duw iedere ader volledig in de juiste klem voordat je de schroef vastzet. Gebruik adereindhulzen bij soepele draad als de klem daarvoor geschikt is en de fabrikant deze toepassing uitdrukkelijk toestaat. Daardoor blijven losse koperdraden buiten de klem minder waarschijnlijk. Controleer na montage voorzichtig elke afzonderlijke ader op stevigheid.
Sluit de behuizing pas wanneer trekontlasting en wartel de kabelmantel klemmen. Test de verbinding daarna eerst zonder zware belasting, omdat een losse ader of slecht passende trekontlasting bij langdurig gebruik warm kan worden en kunststof in de behuizing kan vervormen. Bij twijfel is vervangen meestal veiliger dan repareren met tape. Gebruik geen beschadigde onderdelen opnieuw. Dat voorkomt storingen.