De juiste laadstroom volgt vooral uit de accucapaciteit. Die capaciteit staat op het etiket in Ah. Een accu van 60 Ah heeft meer tijd nodig. De werkelijke laadtijd hangt ook af van de ontlaadstatus.
Voor een gewone loodaccu geldt vaak een laadstroom rond een tiende van de Ah-waarde als bruikbare richtlijn. Volg de accufabrikant wanneer die een lagere waarde voorschrijft. Een lader van 0,8 tot 2 A past meestal beter bij kleine motoraccu's. Voor veel autoaccu's is 4 tot 10 A praktischer.
Een hogere laadstroom verkort het laden, terwijl warmte en accutype bepalen hoeveel stroom de accu veilig verdraagt. AGM-accu's kunnen een eigen programma vereisen. EFB-accu's vragen eveneens om de juiste stand. Controleer daarom spanning, Ah-waarde en accuchemie voor je de klemmen plaatst.