Een veilige aansluitvolgorde beperkt vonken bij de startaccu. Zet beide voertuigen uit voordat je de klemmen plaatst. Schakel ook verlichting en accessoires uit.
Verbind eerst de rode klem met de pluspool van de lege accu. Bevestig daarna de andere rode klem op de pluspool van de hulpaccu. Sluit vervolgens een zwarte klem aan op de minpool van de hulpaccu. De laatste zwarte klem gaat op een blank massa-aansluiting van het gestrande voertuig.
Start daarna eerst het hulpvoertuig volgens de handleiding. Laat de motor kort draaien voordat je de andere auto start. Haal de kabels in omgekeerde volgorde los zodra de motor loopt. Raak klemmen nooit tegen elkaar aan terwijl de hulpaccu nog verbonden is.
Vooral bij auto's met gevoelige elektronica moet je de instructies van de fabrikant volgen, omdat een verkeerd aangesloten kabel piekspanning kan veroorzaken of beveiligingen kan beschadigen. Een lege accu die vaker terugkomt vraagt meestal om onderzoek. Kijk dan ook naar acculaders voor voertuigen, zodat je de accu gecontroleerd kunt laden.