Een voorzichtige montage voorkomt kromtrekken en losse bevestigingen. Leg de computer spanningsloos neer op een stabiele ondergrond voordat je schroeven verwijdert. Bewaar elke schroef apart. Schroeflengtes verschillen soms, waardoor een te lange schroef kabels of onderdelen achter het paneel kan raken.
Plaats het paneel eerst zonder kracht tegen de behuizing. Controleer daarna alle lippen en gaten, want een verkeerde uitlijning vergroot de kans op beschadigde schroefdraad. Duw nooit op poortaansluitingen. Een paneel moet vlak aansluiten voordat je bevestigingspunten beurtelings vastzet.
Werk bij een systeem met losse I/O-plaatjes extra rustig, omdat veercontacten naar binnen kunnen buigen. Buig metaal niet steeds terug, want herhaald vervormen verzwakt dun plaatmateriaal en maakt de passing minder betrouwbaar. Wanneer kabels vlak langs de achterzijde lopen, controleer je na montage of het paneel nergens klemt en of ventilatieopeningen vrij blijven voor een voorspelbare luchtstroom in de volledige behuizing.