Aansluitingen bepalen of een audioconverter direct met je apparatuur werkt. Digitale aansluitingen gebruiken vaak USB, optische S/PDIF of coaxiale S/PDIF. Analoge modellen werken meestal met tulpstekkers, 3,5mm-jacks of grotere jackaansluitingen. Gebruik geen verloopstekker als het onderliggende signaal niet overeenkomt.
De gekozen kabel moet hetzelfde signaaltype doorgeven als de converter verwacht, want een passende stekker garandeert nog geen bruikbare verbinding tussen bron en doelapparaat in een vaste opstelling. Een 3,5mm-aansluiting kan stereo lijnniveau dragen, terwijl een vergelijkbare aansluiting op een recorder soms een hoofdtelefoonuitgang is. Lees daarom de markering bij in- en uitgang.
USB-converters hebben vaak een computer of mobiel apparaat als bron nodig, waarbij ondersteuning door het besturingssysteem bepalend blijft. Controleer voeding en kabeltype vooraf. Wanneer je meerdere bronnen wilt schakelen, vraagt de keten naast een converter vaak om een aparte schakelaar of signaalverdeler. Raadpleeg de handleiding voor ondersteunde formaten en kanaalaantallen. Past dit niet bij je doel, dan is het bredere aanbod van Omvormers logischer.