De juiste ingangen voorkomen adapters en onhandige bediening. Controleer eerst welke uitgangen je televisie, speler of platenspeler heeft. Analoge bronnen gebruiken meestal cinch-aansluitingen met een lijnniveau. Een platenspeler met MM-element heeft vaak een phono-ingang of losse voorversterker nodig.
Digitale ingangen verwerken optisch, coaxiaal of USB-signaal. Optisch is handig voor televisieaudio, omdat het elektrische storingen tussen apparaten vermijdt. Bluetooth is praktisch voor incidenteel streamen, terwijl een netwerkspeler meestal meer formaten en stabielere bediening biedt. Controleer ook de gebruikte codecs.
Een subwooferuitgang stuurt een actief laagkanaal aan. Heb je veel HDMI-bronnen en surroundgeluid nodig, dan past het bredere aanbod van Audiocomponenten, of een audio- en video-ontvanger, beter wanneer je beeldbronnen en surroundsignalen centraal wilt schakelen in dezelfde woonkamer. Tape-uitgangen en pre-out aansluitingen geven ruimte voor opnameapparatuur of een latere eindtrap. Kies aansluitingen voor je vaste gebruik, want losse converters maken foutzoeken vaak lastiger.