De aansluiting bepaalt welke bronnen je direct kunt opnemen. USB werkt vaak goed met een computer. XLR is gebruikelijk bij losse studiomicrofoons en vereist meestal een audio-interface. Een 6,3 mm-jackingang past vaak bij instrumenten. Lees de ingangsbeschrijving precies, want een gecombineerde aansluiting heeft niet altijd dezelfde mogelijkheden als twee afzonderlijke ingangen.
Voor condensatormicrofoons is 48 V fantoomvoeding vaak nodig. Controleer of de interface die voeding per kanaal kan leveren. Een dynamische microfoon heeft die spanning doorgaans niet nodig. Bij twee sprekers heb je twee zelfstandige microfooningangen nodig, zodat elk signaal apart regelbaar blijft en je tijdens de montage stemvolume, ruis en pauzes per persoon gericht kunt corrigeren. Een set met één ingang beperkt duo-opnames.