De juiste hordehoogte volgt jouw niveau en oefendoel. Meet de hoogte vanaf de baan tot de bovenzijde van de lat. Een verschil van enkele centimeters voel je direct. Begin liever laag. Een veilige passage houdt de heup hoog en voorkomt dat je met een sprong overcompenseert. Voor techniektraining kan een lagere instelling nuttig zijn, omdat je dan ritme, beeninzet en landing oefent zonder steeds op maximale hoogte te focussen.
Wedstrijdhoogtes zijn meestal 76,2, 83,8, 91,4 of 106,7 centimeter. Welke maat geldt hangt af van leeftijdscategorie, geslacht en loopnummer. Controleer daarom het reglement van jouw bond of wedstrijdorganisatie. De afstand tussen de steunen telt ook mee. Een brede voet staat rustiger, terwijl een smal model minder plaats inneemt in een volle materiaalruimte. Gebruik je horden naast sprintstarts, dan sluiten startblokken voor sportbanen aan op oefeningen waarin vertrek en eerste passen samenkomen.