Een goede verbinding houdt rekening met lijn, knoop en haak. De onderdelen moeten samen vrij kunnen bewegen. Een verkeerde combinatie geeft wrijving. Controleer daarom eerst hoe de lijn door de bevestiging loopt.
Gebruik geen onderdeel met scherpe binnenranden. Vooral dunne onderlijn kan daardoor snel verzwakken. Trek elke knoop rustig aan. Door de knoop vóór het aantrekken licht te bevochtigen, ontstaat minder warmte en blijft het lijnmateriaal meestal beter intact.
Kies een lijn met een diameter die door de boring past. Zoek je juist een complete opbouw met andere montagedelen, dan kan vistuig beter aansluiten op je plan. Een stijve fluorocarbonlijn vraagt meer ruimte. Nylon vormt vaak gemakkelijker een lus, maar kan door rek anders reageren tijdens de dril.
Let ook op de positie van het haakoog. Een bevestiging mag de punt of weerhaak niet raken. Dat vermindert haken in materiaal. Test de vlieg met een paar rustige trekken. Zo voel je of onderdelen klemmen, schuren of ongewenst draaien.