Kies bloemvorm en draagplek passend bij de gelegenheid. Een boutonnière zit meestal op de linker revers van een colbert. Corsages draag je op pols, kleding of tas. Polscorsages zijn vaak praktisch bij mouwloze jurken, omdat een speld daar geen stof kan beschadigen en de bloem toch zichtbaar blijft.
Verse bloemen geven subtiele geur en kleur, terwijl kunstbloemen hun vorm behouden wanneer je de versiering ruim vooraf wilt regelen. Let ook op de bloemgrootte. Een grote roos valt snel op bij een slank pak. Kleine bloemetjes en groen passen vaker bij een rustige outfit, omdat zij de kleding aanvullen in plaats van overheersen.
Voor een bruiloft mag de corsage aansluiten bij het boeket of thema, terwijl een rouwcorsage meestal ingetogen kleuren en weinig glans vraagt. Kies per persoon dezelfde stijl. Zo blijft de groep herkenbaar zonder dat iedere versiering precies identiek hoeft te zijn.