Detectieapparaten kies je op basis van het gewenste detectiesignaal. Een detector reageert bijvoorbeeld op temperatuur, druk, beweging of een elektrisch contact dat een vooraf gekozen toestand van je systeem weergeeft. Dat onderscheid stuurt je hele keuze. Vergelijk daarom eerst de grootheid met de waarde die je installatie werkelijk moet herkennen, waarna je de gewenste reactietijd afzonderlijk bepaalt.
Een instelbare drempel geeft ruimte wanneer omstandigheden wisselen, terwijl een vaste drempel past bij een voorspelbaar proces. Let ook op hysterese, want die voorkomt dat een uitgang bij kleine schommelingen telkens omschakelt. Een te kleine hysterese veroorzaakt onrustige signalen. Daarom werkt een detectiepunt alleen betrouwbaar wanneer meetbereik, resolutie en schakelpunt op elkaar aansluiten.
Controleer of je een melding, een schakelcontact of een doorlopend meetsignaal nodig hebt voor registratie of directe regeling. Voor bredere keuzevragen over allerlei sensoren en meetfuncties past Meethulpmiddelen en sensoren beter. Dat voorkomt later onnodig zoekwerk.