Fietsderailleur (68)

Een fietsderailleur is voor fietsers die een derailleurversnelling goed willen laten schakelen. De juiste keuze hangt af van de positie op de fiets en het aantal tandwielen achteraan. Ook kabeltrek en kooilengte moeten exact overeenkomen. Een passend model voorkomt overslaan, kettinggeluid en een bereik dat je niet volledig benut op lange ritten dagelijks.

Wat vind je van deze pagina?

Fietsderailleur vergelijken en kiezen

1. Welke fietsderailleur past bij jouw aandrijving?

Een passende derailleur volgt de richting en capaciteit van jouw aandrijving. Een achterderailleur verplaatst de ketting over de cassette aan het achterwiel. Een voorderailleur stuurt de ketting tussen de kettingbladen bij de trapas. Controleer dus eerst welke positie je vervangt, omdat beide onderdelen anders worden gemonteerd en een andere taak hebben.

Bij één kettingblad heb je geen voorderailleur nodig. Kijk bij meerdere bladen naar de klemband of soldeerbevestiging van het frame. De diameter van een klemband moet passen, terwijl een direct-mountbevestiging specifieke bevestigingspunten op het frame vraagt. Een derailleur voor twee kettingbladen werkt niet altijd goed met drie bladen, omdat de vorm van de kooi en de beschikbare zijwaartse slag van het mechanisme sterk verschillen.

Ook de grootste krans achteraan begrenst de keuze. De opgegeven maximale tandgrootte moet minstens die krans aankunnen. Vergelijk die waarde met jouw cassette, want een te kleine derailleur raakt de ketting niet goed. Past geen variant precies, dan is het bredere aanbod van Fietstandwielonderdelen logischer voor vervangende onderdelen.

2. Kooilengte en tandverschil

De kooilengte bepaalt hoeveel kettinglengte de derailleur kan opvangen. Een korte kooi past vaak bij compacte overbrengingen. Een langere kooi kan meer ketting opvangen tijdens het schakelen. Dat verschil telt vooral wanneer je vooraan meerdere kettingbladen gebruikt en achteraan een brede cassette rijdt.

Bereken de capaciteit door het tandverschil vooraan en achteraan op te tellen. Neem vooraan het grootste min het kleinste kettingblad. Bereken achteraan op dezelfde manier het verschil tussen de grootste en kleinste krans. De totale uitkomst mag niet hoger zijn dan de opgegeven capaciteit, anders hangt de ketting slap of staat zij te strak.

Een brede cassette vraagt meestal een langere kooi. Fabrikanten geven bovendien een maximale kransgrootte op. Controleer die grens samen met de capaciteit, omdat een lange kooi alleen geen vrijbrief voor elke cassette is. Bij vervanging van versleten kransen helpen de maten bij fietscassettes en freewheels om het bereik correct te vergelijken.

3. Kabeltrek en montage

Kabeltrek en montage moeten precies bij jouw shifter passen. De kabeltrek beschrijft hoeveel de derailleur per shifterklik beweegt. Shimano en SRAM gebruiken niet altijd dezelfde verhouding. Combineer daarom alleen onderdelen waarvan de opgegeven kabeltrek overeenkomt, want anders vallen de kransen niet precies onder de ketting.

Ook de montagevorm bepaalt of het onderdeel past. Veel achterderailleurs schroef je op een derailleurpad aan het frame. Een verbogen pad laat de kooi scheef lopen, waardoor zelfs een goed passend model slecht kan schakelen. Laat het pad richten of vervang het voordat je een nieuwe derailleur monteert.

Bij voorderailleurs verschillen klemband, soldeerbevestiging en direct-mount. Meet de zitbuis als jouw frame een klemband gebruikt. Let daarnaast op de kabelroute, omdat trekkracht van boven of onder kan komen en een onjuiste aansluiting wrijving veroorzaakt. Een versleten fietsketting kan nieuw afstelwerk ondermijnen, omdat versleten rollen minder strak op de tanden grijpen.

4. Fietsderailleur afstellen en gebruiken

Een goed afgestelde fietsderailleur schakelt stil en voorspelbaar. De twee stelschroeven begrenzen de uiterste stand van de derailleurkooi. Bij een achterderailleur regelt de H-schroef de kleinste krans. De L-schroef begrenst de grootste krans, zodat de ketting niet tussen krans en spaken loopt.

Stel eerst de eindpunten in zonder kabelspanning. Draai daarna de kabel vast terwijl de shifter in de hoogste stand staat. Met de stelschroef bij shifter of derailleur corrigeer je kleine afwijkingen tijdens het schakelen. Een kwartslag tegelijk werkt het best, omdat een grote correctie meerdere versnellingen kan verstoren en je dan niet meer ziet welke instelling het probleem veroorzaakte op jouw fiets precies.

Test elke versnelling onder lichte trapdruk op een veilige plek. Schakelen moet direct reageren zonder ratelen. Blijft de ketting op één krans tikken, controleer dan eerst kabelspanning en de stand van het derailleurpad. Gebruik geen zware pedaalkracht tijdens het schakelen, omdat de ketting dan onder spanning zijwaarts moet klimmen.

5. Slijtage en onderhoud

Regelmatig onderhoud houdt de derailleur langer nauwkeurig en bruikbaar. Vuil rond de scharnierpunten maakt schakelen zwaarder. Spoel modder niet met harde straal in de draaipunten. Veeg de kooi en de geleiderollen schoon nadat je in regen of zand hebt gereden.

De geleiderollen slijten door vuil en kettingbelasting. Tanden met scherpe punten houden de ketting minder rustig vast. Vervang rollen wanneer zij veel zijspeling hebben of merkbaar lawaai maken. Een droge ketting versnelt die slijtage, terwijl goed smeermiddel de rollen en schakelpennen tegen wrijving beschermt.

Controleer ook regelmatig de kabel en buitenkabel. Roest of rafels verhogen de weerstand bij iedere schakelbeweging. Vervang een beschadigde kabel tijdig, omdat afstellen weinig helpt wanneer de kabel in zijn mantel blijft haken. Kies voor een SRAM-derailleur alleen onderdelen die volgens de fabrikant met jouw shifter samenwerken.

Begrippenlijst

Kabeltrek

Kabeltrek is de verhouding tussen een shifterklik en de zijwaartse beweging van de derailleur. Die verhouding moet overeenkomen bij shifter en derailleur. Een verschil veroorzaakt onnauwkeurig schakelen, ook wanneer beide onderdelen voor hetzelfde aantal versnellingen bedoeld zijn.

Kooilengte

Kooilengte is de afstand tussen de twee geleiderollen in de derailleurkooi. Een lange kooi kan meer kettinglengte opvangen dan een korte. Daarom past die beter bij grotere tandverschillen tussen kettingbladen en kransen in de aandrijving.

Derailleurcapaciteit

Derailleurcapaciteit is het maximale totale tandverschil dat een derailleur met zijn kooi kan verwerken. Je berekent dit door de verschillen vooraan en achteraan bij elkaar op te tellen. Een te lage capaciteit geeft een slappe of te strak gespannen ketting.

Derailleurpad

Een derailleurpad is het vervangbare frameoog waarop een achterderailleur wordt gemonteerd. Het pad moet recht staan voor nauwkeurig schakelen. Een lichte verbuiging verplaatst de kooi bij iedere krans en bemoeilijkt het afstellen van de versnellingen.

H-schroef

De H-schroef is de stelschroef die de buitenste stand van een derailleur begrenst. Bij een achterderailleur beschermt deze stand de ketting op de kleinste krans. Zo voorkomt de schroef dat de ketting naast het tandwiel valt.

Direct-mount

Direct-mount is een bevestigingswijze waarbij een derailleur rechtstreeks op specifieke framepunten vastzit. Daarvoor moeten geschikte montagemogelijkheden op het frame aanwezig zijn. Een klemband past niet als deze punten de enige bedoelde montageplek voor dit onderdeel vormen.

Populaire merken in fietsderailleur

Over fietsderailleur

Vergelijk 68 fietsderailleur van 10 merken bij honderden Nederlandse webshops. De prijzen lopen van € 3 tot € 449. products.ai toont per product de laagste prijs, de voorraad én de prijsontwikkeling, zodat je altijd de beste deal vindt.

Verwante categorieën