Flossmaterialen verschillen vooral in vorm, grip en hanteerbaarheid. Gewone flossdraad past vaak goed tussen tanden die dicht tegen elkaar staan. Flosstape is breder en voelt zachter aan op een groter contactvlak. Voor vaste apparatuur of bruggen helpt superfloss omdat het stijve uiteinde onder een draad of tussen constructies komt. Een flossbeugel houdt een kort stuk draad strak.
Kies vooral op de ruimte tussen je tanden en op plekken die lastig bereikbaar zijn. Bij zeer nauwe contactpunten laat gewaxte draad vaak beter glijden, terwijl ongewaxte draad soms meer grip geeft. Een te dikke tape rafelt sneller. Bij meerdere kleine ruimtes en een brug is een combinatie logisch, want één vorm bereikt niet elke tussenruimte zonder hard duwen of het tandvlees op dezelfde manier te belasten. Gebruik geen vorm die pijn veroorzaakt of steeds blijft haken.