Een geigerteller kies je op de straling die je wilt signaleren. De meeste draagbare modellen gebruiken een Geiger-Müllerbuis. Die buis reageert vooral op bèta- en gammastraling. Alfastraling vraagt vaak een vensterbuis, omdat een gewone behuizing de deeltjes tegenhoudt.
Voor een eerste controle volstaat meestal een eenvoudig apparaat met alarm. Een hoorbaar alarm helpt snel. Wil je meetwaarden vastleggen, kies dan een model met geheugen of datakoppeling. Voor onderzoek aan oppervlakken is een dun venster nuttig, terwijl een gesloten buis geschikter is voor omgevingsstraling.
Let ook op het meetbereik en de eenheid op het scherm. CPM laat pulsen zien. Microsievert per uur maakt blootstellingsniveaus beter vergelijkbaar, omdat deze eenheid de biologische weging van straling meeneemt. Past dit type niet bij je taak, dan biedt Meethulpmiddelen en sensoren een breder vertrekpunt.