Geiten- en schapenvoer (13)

Geiten- en schapenvoer helpt houders het rantsoen af te stemmen op dier en ruwvoer. Het grootste verschil zit vaak in koper, energie en de fase waarin een dier verkeert. Ruwvoer blijft leidend. Met brok, mineralen en een rustige voerwissel voorkom je dat dieren te veel binnenkrijgen of verkeerd samengesteld voer eten.

Wat vind je van deze pagina?

Geiten- en schapenvoer vergelijken en kiezen

1. Geiten- en schapenvoer afstemmen op diergroep

Geiten- en schapenvoer kies je per diergroep en dagelijks rantsoen. Een volwassen dier dat vooral goed ruwvoer eet heeft meestal geen energierijke brok nodig. Jonge dieren en melkgevende ooien vragen vaak om een ander aandeel eiwit en energie. Een passend rantsoen voorkomt onnodige conditiewisselingen en ondersteunt herkauwen, groei of melkproductie in verschillende omstandigheden. Lees daarom altijd het voederadvies en de aanbevolen dagportie op de verpakking.

Voor een breder vertrekpunt past het aanbod veevoer beter wanneer je meerdere diersoorten in dezelfde stal verzorgt. Schapen zijn gevoeliger voor koperophoping dan geiten, terwijl geiten koper anders verdragen. Gebruik daarom geen voer zonder duidelijke diersoortvermelding op het etiket. Een mineralenmengsel voor geiten kan bij schapen dus ongeschikt zijn, ook wanneer beide dieren samen grazen. Etiketten geven richting. Vergelijk de samenstelling steeds met beschikbaar ruwvoer, leeftijd en het gewenste productiedoel.

2. Ruwvoer als basis van het rantsoen

Ruwvoer vormt de basis van een gezond herkauwerrantsoen. Goed ruwvoer levert structuur voor de pens, terwijl aanvullend krachtvoer tekorten kan opvangen wanneer een beperkte opname door slechte kwaliteit te weinig voedingsstoffen biedt voor groei en een stabiele lichaamsconditie. Controleer het ruwvoer geregeld op geur, kleur en zichtbare schimmelvorming. Beschimmeld voer kan ziek maken. Zorg steeds voor schoon drinkwater naast elke dagelijkse voerbeurt.

Een ruif beperkt vertrapping, zodat dieren langer schoon en droog ruwvoer opnemen. Voerwijzigingen vragen tijd. Verhoog een nieuwe brok stapsgewijs gedurende ongeveer een week, omdat de pensflora zich moet aanpassen. Let daarbij op mest, eetlust en herkauwactiviteit, want die signalen tonen vaak vroeg of het rantsoen past. Ook rundveevoer past niet automatisch, want de behoefte verschilt per soort en levensfase.

3. Broktype en mineralen vergelijken

Broktype bepaalt hoe gericht je voedingsstoffen naast ruwvoer kunt bijvoeren. Pellets beperken selectief eten tijdens iedere dagelijkse voerbeurt in de stal. Een gemengde structuur lijkt aantrekkelijk, hoewel dieren soms vooral de smakelijke delen eten. Daardoor kan de werkelijke opname per dier en per dag merkbaar verschillen. Pellets geven elke hap doorgaans dezelfde samenstelling, waardoor je de opname beter kunt inschatten.

Ruwe celstof ondersteunt de penswerking, terwijl energie vooral meespeelt bij groei, dracht en melkproductie. Mineralen verdienen extra aandacht. Vooral koper vraagt onderscheid, omdat schapen een kleinere veiligheidsmarge hebben dan geiten. Een product met mineralen voor beide soorten moet daarom expliciet aangeven dat het voor schapen geschikt is. Wil je dieren met uiteenlopende behoeften voeren, dan kan gemengd veevoer beter aansluiten op jouw stalindeling. Meet een schep af volgens het gewicht.

4. Voeren per levensfase en seizoen

De voerbehoefte verandert met leeftijd seizoen en productiefase. Een droogstaande ooi heeft meestal minder aanvullend krachtvoer nodig dan een dier dat melk geeft. Bij dracht groeit de behoefte aan voedingsstoffen verder geleidelijk. Voer pas later in de dracht extra energie bij, omdat te vroeg opwaarderen overconditie kan geven. Jonge geiten en lammeren groeien snel tijdens de eerste maanden. De pens moet rustig wennen aan vast voer.

In het weideseizoen kan jong gras veel eiwit en vocht bevatten, terwijl structuur en energie per perceel sterk verschillen. Controleer daarom de lichaamsconditie regelmatig bij elk dier afzonderlijk. Bij schraal winterruwvoer kan aanvullend voer helpen, mits je de portie baseert op lichaamsconditie en de gemeten kwaliteit van hooi of kuilvoer in de ruif. Een liksteen vervangt geen volledig rantsoen. Tijdens de laatste drachtweken vraagt een snelgroeiende meerlingdracht vaak extra aandacht, omdat de beschikbare buikruimte afneemt en de ooi per hap minder ruwvoer kan opnemen dan eerder. Zieke of magere dieren verdienen een apart voerplan met advies van een dierenarts of voedingsspecialist.

5. Veilig bewaren en rustig wisselen

Veilig voeren begint met droog bewaren en rustig van voer wisselen. Bewaar zakken altijd afgesloten op een koele en droge plek. Vocht trekt snel schimmel en ongedierte aan in een slecht geventileerde berging. Gebruik voer met een afwijkende geur of harde klonten niet. Een schone voorraadbak beperkt verspilling en houdt het etiket beter leesbaar.

Neem bij elk nieuw product enkele dagen om de oude voeding met nieuwe voeding te mengen. Verdeel de dagelijkse portie over vaste rustige momenten, zodat dieren minder gulzig eten. Afwijkingen vallen dan sneller op tijdens dagelijkse controle van eetlust en mest. Meet elke portie nauwkeurig af met dezelfde schep of voerbeker. Dat voorkomt grote verschillen tussen voerbeurten bij dieren met een eigen plek. Gebruik alleen voer dat duidelijk voor jouw diersoort is bestemd, omdat verkeerde mineralen langdurig schade kunnen veroorzaken. De selectie beste geiten- en schapenvoer helpt je kenmerken naast elkaar te leggen.

Nieuw in geiten- en schapenvoer

Begrippenlijst

Ruwe celstof

Ruwe celstof is het vezelgehalte dat op het voeretiket staat vermeld. Het geeft een indicatie van de structuur in een rantsoen, maar zegt niet alles over de verteerbaarheid. Voor herkauwers ondersteunt voldoende structuur de penswerking en het herkauwen.

Ruw eiwit

Ruw eiwit is het totale eiwitgehalte van een voer, berekend uit het stikstofgehalte. Het cijfer helpt bij het afstemmen van voer op groei, dracht of melkproductie. De benodigde hoeveelheid hangt ook af van de kwaliteit en opname van ruwvoer.

Pensflora

Pensflora is de verzameling bacteriën en andere micro-organismen in de pens. Deze organismen breken vezels uit ruwvoer af en maken voedingsstoffen beschikbaar. Een plotselinge voerwissel kan de pensflora verstoren, waardoor mest en eetlust veranderen.

Dracht

Dracht is de periode waarin een ooi of geit drachtig is. De voerbehoefte neemt vooral in de laatste weken toe door de groei van het ongeboren dier. Overmatig voeren kan echter ook ongewenste conditietoename geven.

Koper

Koper is een spoorelement dat nodig is voor verschillende lichaamsfuncties. Schapen kunnen koper minder goed uitscheiden dan geiten en lopen daardoor sneller risico op ophoping. Kies daarom altijd een mineraalproduct dat duidelijk bij de diersoort past.

Lichaamsconditie

Lichaamsconditie is de beoordeling van vet- en spierreserves door het dier te bekijken en te betasten. Het helpt je om voerhoeveelheden tijdig aan te passen. Gewicht alleen geeft minder informatie wanneer wol, dracht of bespiering het beeld beïnvloeden.

Over geiten- en schapenvoer

Vergelijk 13 geiten- en schapenvoer bij honderden Nederlandse webshops. De prijzen lopen van € 7 tot € 155. products.ai toont per product de laagste prijs, de voorraad én de prijsontwikkeling, zodat je altijd de beste deal vindt.

Verwante categorieën