Bij generatoren bepalen vermogen en spanning de laadreserve. Een voertuig met stoelverwarming, aircopomp of extra verlichting vraagt vaak meer stroom tijdens stationair draaien. De ampèrewaarde is daarom leidend. Een hogere nominale stroom is niet automatisch beter, omdat de regelaar en bekabeling op het laadsysteem moeten aansluiten.
De meeste personenauto's gebruiken een 12-volt boordnet. Tijdens laden ligt de spanning hoger, meestal rond 13,8 tot 14,8 volt. Een passende alternator houdt die spanning stabiel, zodat de accu laadt zonder gevoelige regeleenheden te overbelasten. Vergelijk ook het opgegeven amperage bij een vergelijkbaar toerental, want maximale output komt niet altijd al bij stationair toerental vrij.
Diesels met veel elektrische verbruikers hebben vaak een zwaardere uitvoering. Controleer de kabelschoen en massapunten wanneer de laadstroom wegvalt. Beschadigde isolatie verhoogt overgangsweerstand, terwijl geschikte elektrische bedrading de stroomweg betrouwbaar houdt. Een warme kabelverbinding wijst vaak op weerstand.