De juiste handschoen volgt vooral jouw positie in het veld. Een infielder gebruikt meestal een ondiepe pocket voor snelle worpen naar het honk. Outfieldmodellen hebben vaak langere vingers en een diepere pocket voor hoge ballen. Catchershandschoenen zijn dikker gevoerd omdat zij harde worpen van dichtbij opvangen. Dat dempt de impact.
Pitchers kiezen vaak een gesloten web om de bal minder zichtbaar te maken. Een gesloten web verbergt de bal beter, terwijl een open web meer zicht doorlaat. Eerstehonkmodellen hebben een brede schepvorm, zodat lage aangooien minder snel uit de pocket stuiten. Wie geregeld wisselt tussen binnenveld en buitenveld kiest beter geen extreem specialistisch model, omdat lengte, pocketdiepte en sluiting dan vooral bij één taak passen en andere vangmomenten kunnen beperken. Past geen vorm bij je spel, dan geeft het bredere aanbod van Honkbal en softbal meer richting. Vergelijken loont dus.