De juiste interfacekaart sluit aan op je computer en doel. Controleer eerst welke poort ontbreekt en waar je die gebruikt. Een interne kaart past in een vrij uitbreidingsslot. Een externe adapter werkt via een bestaande aansluiting. Kies niet alleen op het aantal poorten, want bus, behuizing en besturingssysteem bepalen samen of de uitbreiding bruikbaar blijft.
Voor een desktop met vrije sleuven is een PCIe-kaart vaak logischer, omdat die poorten toevoegt zonder een externe hub op je bureau. Laptopgebruik vraagt meestal om USB, Thunderbolt of een dock. Meet ook de beschikbare ruimte in compacte behuizingen.
Controleer bovendien of de kaart een aparte stroomaansluiting nodig heeft. Half-height kaarten hebben een laag montageplaatje en passen daardoor in veel kleine desktops, terwijl standaardbeugels vooral voor gewone torens zijn. Heb je meerdere uitbreidingen nodig, dan biedt het bredere aanbod van Computeruitbreidingskaarten meer aanknopingspunten. Let daarbij op gedeelde bandbreedte tussen sleuven.