Het juiste instrument past bij jouw speeldoel en ervaring. Een klokkenspel heeft metalen klankstaven en klinkt helder. Een xylofoon gebruikt doorgaans houten staven met een warmere aanslag. Kies dus niet alleen op het uiterlijk van het instrument. Dat voorkomt teleurstelling bij de eerste lessen.
Voor melodieën in een schoolorkest werkt een gestemd model met voldoende tonen beter, omdat je dan meer liedjes zonder omwegen speelt. Een klein instrument beperkt je sneller bij nieuwe melodieën. Bij losse ritmes kan een compact model juist prettig zijn, vooral wanneer je weinig ruimte hebt. Wie tussen instrumentgroepen twijfelt, ziet bij percussie-instrumenten ook andere klankbronnen voor ritme en kleur. Een proefslag zegt veel.
Let ook goed op de meegeleverde mallets en hun kopmateriaal. Harde kunststofkoppen geven meestal meer definitie dan zachte garenkoppen. Een zware standaard houdt het instrument merkbaar rustiger tijdens snelle passages in een lokaal, terwijl een lichte draagconstructie beter past bij regelmatig vervoer naar les, repetitie of optreden buiten de deur. Probeer de toonvolgorde vooraf visueel te herkennen op de staven.