De juiste maat voorkomt verschuiven tijdens snelle atletiekbewegingen op de baan en in de zaal. Meet je taille op de hoogte waar je de beschermer werkelijk draagt. Gebruik daarvoor een soepel meetlint dat niet in de huid snijdt. Een model dat alleen zittend goed voelt kan bij lopen knellen. Buig, draai en hef je knieën tijdens het passen. Zo merk je snel of de randen in je huid drukken. Vergelijk die houding met de bewegingen uit je vaste trainingsprogramma.
De sluiting verdient evenveel aandacht als de opgegeven maat. Een verstelbare tailleband helpt wanneer je laagjes kleding wisselt, omdat de beschermer dan ook bij een andere omvang stabiel blijft. Klittenband sluit snel, terwijl gespen vaak nauwkeuriger afstelbaar zijn. Controleer ook of losse uiteinden niet tegen je armen of kleding slaan. Te veel speling werkt averechts. Een te strakke band belemmert soms je ademhaling bij intensieve oefeningen. Pasvorm blijft daardoor belangrijker dan een forse laag demping bij contact.