De juiste maat voorkomt verspilling bij kleine decoraties. Meet het vlak op voordat je motieven uitknipt. Voeg rondom enkele centimeters toe voor vouwen, naden of een foutje tijdens het snijden. Een lapje dat precies past laat geen ruimte voor een zoom, terwijl extra stof je patroon bruikbaar houdt wanneer een rand scheef uitvalt.
Vierkante lapjes werken prettig voor proefstukken en patchworkachtige versiering. Smalle stroken zijn handiger voor strikken, lusjes of omwikkelde vormen. Knip altijd met een scherpe stofschaar, want botte bladen trekken losse draden uit de rand. Bij een patroon met duidelijke richting moet elk deel dezelfde kant op liggen, anders ogen bloemen, strepen of letters onrustig en lijkt het eindresultaat slordig bij een grote decoratie.
Denk ook aan de zichtzijde, want een te klein motiefrapport verdwijnt in een grote vorm. Grote prints vragen daarom meestal om duidelijk ruimere lapjes voor nette motieven. Effen stof geeft meer vrijheid bij kleine vormen. Leg kartonnen sjablonen op de stof voordat je definitief knipt.