Een lashelm beschermt je ogen en gezicht tegen straling. De keuze draait vooral om het type laswerk. Een passieve lens heeft een vaste donkere tint, terwijl een automatisch donkerkleurende cassette tijdens het ontsteken omschakelt en daarna weer helder wordt.
Voor incidenteel werk volstaat een eenvoudige vaste tint vaak. Een automatische lashelm helpt bij positioneren, omdat je het werkstuk vóór de boog beter ziet. Die extra zichtbaarheid voorkomt verkeerde aanzetten en maakt herhaald werk minder vermoeiend. Controleer wel of de reactietijd en tintinstelling bij jouw lasproces passen.
MIG/MAG-lassen vraagt doorgaans om andere instellingen dan TIG-lassen bij lage stroomsterkte. Bij TIG is een gevoelige sensor nuttig, want de lichtboog kan zwakker starten. Voor slijpwerk bieden sommige helmen een aparte slijpstand zonder verduistering. Daarmee wissel je sneller tussen taken en blijft de helm op je hoofd.