Een pannendeksel moet vooral bij de binnenrand passen. Meet daarom de binnendiameter van de pan in centimeters. Een passende rand houdt stoom beter vast. Fabrikanten noemen doorgaans de diameter van 16, 18, 20, 24, 26, 28 of 32 cm. Controleer altijd hoe de rand rust, want een opstaande panrand kan de effectieve pasmaat veranderen. Een deksel dat enkele millimeters wiebelt verliest warmte en kan tijdens het koken rammelen.
Universele deksels hebben verspringende randen voor meerdere veelvoorkomende diameters. Ze besparen kastruimte. Toch sluit een vast formaat meestal rustiger af omdat de contactrand overal gelijkmatig steunt. Kijk ook naar de hoogte van de pan, vooral wanneer je pasta of grote groenten met veel vocht bereidt. Een bol deksel geeft condens ruimte, terwijl een vlak exemplaar makkelijker onder lage kasten past. Kies liever een vaste maat bij intensief gebruik, want die blijft meestal stabieler tijdens roeren.