Instellingen bepalen hoe realistisch je oefeningen aanvoelen. Snelheid regelt vooral de beschikbare reactietijd. Met lage snelheid oefen je controle, terwijl een hoger tempo je dwingt sneller naar de volgende bal te herstellen.
Spin verandert de stuit en het gedrag na contact. Topspin trekt de bal na de stuit sneller omlaag, terwijl backspin een meer open batblad vraagt. Een instelbaar patroon met afwisselende richtingen vraagt tijdens een lange oefenreeks sneller herstel, een stabiele basishouding, gerichte voetstappen en een passend batblad bij ieder moment van de volgende stuit. Zijspin maakt de terugslag lastiger, omdat de bal na contact van richting kan veranderen.
Gebruik voor consistente oefeningen altijd ronde trainingsballen met dezelfde maat. Veel robots zijn gemaakt voor de gebruikelijke 40+ mm bal. Bij lichte of beschadigde pingpongballen verandert de invoer, waardoor richting en stuit merkbaar minder voorspelbaar worden. Test één instelling per keer.