Portefeuilles en geldclips verschillen vooral in ruimte en draagwijze. Een klassieke portefeuille houdt pasjes, briefgeld, bonnen en kleine papieren samen. Een geldclip neemt veel minder plaats in. Dat verschil merk je vooral wanneer je een broekzak gebruikt omdat een dikke vouwportefeuille daar sneller tekent en minder prettig zit. Kies daarom eerst hoeveel je dagelijks meeneemt.
Een billfold klapt meestal dubbel en geeft kaarten een vaste plek. Een muntvak vraagt in je broekzak vaak merkbaar extra dikte. Wie veel kaarten gebruikt, krijgt met losse kaartvakken meer overzicht, terwijl een strak minimalistisch model beter past wanneer je alleen betaalpas, identiteitskaart en enkele briefjes dagelijks bij je draagt. De kaarten moeten zonder wringen uit hun vak komen. Voor losse toegangspassen zijn badge- en pashouders handiger, omdat je ze direct tegen een lezer houdt zonder de hele portefeuille te openen. Dat bespaart tijd bij poortjes.