Radiografisch bestuurbare auto's verschillen vooral in ondergrond en gewenste snelheid. Een buggy heeft meestal grote wielen en rijdt vlot op losse grond. Voor asfalt past een lage raceauto beter, omdat die minder overhelt in bochten. Een monstertruck neemt drempels makkelijk en heeft door zijn hoge carrosserie minder stabiliteit in scherpe bochten. Dat merk je snel.
Driftmodellen gebruiken gladde banden voor gecontroleerd uitbreken op een vlakke ondergrond. Wie binnen rijdt kiest vaak een kleiner model, omdat muren en meubels weinig ruimte laten. Banden met diep profiel bieden meer houvast, terwijl gladde banden op schoon asfalt voorspelbaarder sturen. Kies eerst je terrein.
Grotere auto's blijven buiten beter zichtbaar en rijden rustiger over oneffenheden, terwijl ze wel meer vrije ruimte nodig hebben. Een schaalvermelding zoals 1:10 geeft de verhouding met een echte auto aan. Een lagere carrosserie blijft stabieler bij hoge snelheid op een vlakke baan.