Plaatsing en controle voorkomen veel onnodige verbindingsproblemen. Zet een repeater waar het inkomende signaal nog betrouwbaar is, anders kan hij een slechte verbinding niet herstellen. Houd koperen netwerkkabels weg van sterke elektromagnetische storingsbronnen en voorkom scherpe knikken bij glasvezel. Een slechte locatie blijft storingen geven.
Kijk na installatie eerst naar linklampjes of de beheerinterface om te zien of beide kanten verbinding hebben. Een linklampje toont meestal alleen fysieke koppeling, terwijl doorvoerproblemen ook door snelheid, duplexinstelling of verkeerde configuratie kunnen ontstaan. Test daarna met normaal netwerkverkeer. Noteer poorten en gebruikte kabeltypes.
Bij glasvezel mag je nooit in een actieve connector of het uiteinde van een aangesloten kabel kijken. Stof op connectoren verzwakt het signaal en kan fouten veroorzaken, daarom gebruik je passende beschermdopjes en reinigingsmiddelen volgens de instructies van de fabrikant zodra een aansluiting tijdelijk open ligt. Vervang zichtbare beschadigde kabels vroegtijdig voordat ze ernstige verbindingsuitval veroorzaken. Bewaar ook het typenummer en de gebruikte standaard, zodat je later compatibele vervanging of uitbreiding gerichter kunt kiezen.