Sleuftype en oriëntatie bepalen samen de beschikbare uitbreidingsruimte in je behuizing. PCI Express gebruikt verschillende fysieke lengtes voor x1, x4, x8 en x16. Die aanduidingen zeggen iets over het aantal lanes. Een lange sleuf garandeert geen volledige elektrische bezetting van alle aanwezige lanes.
Controleer daarom de documentatie van het moederbord en de riser-kaart. Een x16-connector kan bijvoorbeeld minder lanes op een lagere snelheid doorgeven, waardoor sommige kaarten minder bandbreedte krijgen. Dat kan de prestaties van een snelle insteekkaart merkbaar beperken. Voor veel gewone uitbreidingen komt fysieke passendheid eerst.
Meet vervolgens nauwkeurig de hoogte tussen moederbord, deksel en uitbreidingsslot. Een haakse uitvoering verplaatst de kaart zijwaarts in de behuizing, terwijl een verticale uitvoering vooral hoogte vraagt. Meet ook de afstand tot ventilatoren en voedingskabels, want een kaart kan passen zonder dat de luchtstroom of kabelroute daarna bruikbaar blijft. Ruimtegebrek veroorzaakt vaak storingen of een onmogelijke montage.