Kies eerst op terrein en pas daarna op extra functies. Noteer maaigebied, hellingen, doorgangen en de plekken waar het laadstation kan staan. Begin met je lastigste hoek. Die bepaalt vaak meer dan een open middenstuk, omdat een gemiste zone alsnog handmatig werk oplevert. Bepaal vervolgens of perimeterdraad past bij je tuin of dat satellietnavigatie praktisch haalbaar is.
Vergelijk daarna de opgegeven capaciteit met je gemeten grasoppervlak en houd ruimte voor groeipieken. Een te krap model werkt onrustig. Kijk ook naar maximale helling en minimale doorgangsbreedte, want beide waarden begrenzen de plaatsen die de maaier zelfstandig bereikt. Een op papier passend model kan in een tuin met bochten, bomen en wisselende grasgroei in de praktijk gedurende drukke groeiperioden toch veel vaker laden of zones volledig overslaan. Kies daarna pas comfortfuncties zoals appbediening.